
En maar reiken
naar de hemel
en maar reizen
naar de maan.
En maar altijd
hogerop
altijd verder
willen gaan.
Willen
schitteren
als sterren.
Willen
stralen
als de zon.
En maar staren
met zijn allen
naar een stuk
systeemplafond
– Erik Van Os

En maar reiken
naar de hemel
en maar reizen
naar de maan.
En maar altijd
hogerop
altijd verder
willen gaan.
Willen
schitteren
als sterren.
Willen
stralen
als de zon.
En maar staren
met zijn allen
naar een stuk
systeemplafond
– Erik Van Os

ik heb een paar straten gezien, een paar koeien
ik kan niet uit eigen ondervinding zeggen
dat ze rond is of aan de ene kant donker
en aan de andere kant licht
ik moet er genoegen mee nemen dat anderen zeggen
dat oceanen bestaan en ergens ook nog altijd
dieren die niet uit voederbakken eten
– Moya De Feyter

een zucht is onzichtbaar
net als de wind
de nacht is onzichtbaar
als de dag begint
onzichtbaar zijn de dingen
die ik kwijt ben
die ik nooit meer vind
maar
met mijn ogen dicht
zie ik alles
wat mijn hoofd verzint
– Hans & Monique Hagen

Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.
Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt
of in de zondagzon
samen zwijgen.
En als ze ’s avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.
– Jaap Robben

Wacht nu maar af.
Van eb komt vloed.
Er komt een dag,
dan komt het goed.
Er komt een dag
dat alles klopt.
Wacht nu maar af
totdat het stopt.
– Stijn De Paepe
www.weesgedichten.be

hou op met zullen
dat eeuwige zullen
of kun je niet zonder
als je geen plek vindt
waar je je hart hoort
ga dan toch zitten
troost je aan bomen
ze komen de dag door
met jou er nu onder
er scheelt van alles
en anders dan gister
probeer niets te willen
laat los wat loos is
word er een deel van
deel eens het wonder
hoe klinkt een geluid
dat enkel van jou is
en de rest doet verstillen
– Bart Moeyaert

Ik heb het nog nooit
beter gehad dan vandaag
slechter dan vandaag
ik was nog nooit ongelukkiger
of gelukkiger dan vandaag
ik heb alleen vandaag
en anders komt het morgen
wel goed.
– kleinstukjeversheid
Ik ben in de fleur van mijn leven
Dit zijn de dagen
Mij hoort ge ni klagen, nee nee
Want alles kan in dezen tijd
Genen tijd te verliezen
Ge moet alleen kunnen kiezen.
Ik wacht op u, gij wacht op mij
Wij zitten in onze wachttijd
Ik heb nog wat dromen
En als ik straks mijn boontjes dop
Zal ik ze uit laten komen
Toen ons moeder zo oud was als ik
Werd ze door ’t leven al verstikt
Ze was al bezig aan haar tweede
Papflessen en pampers
Ni kunnen studeren
In de fleur van het leven…
Ben ik homo- bi of a- seksueel
In mijn diepste dromen een transseksueel
Ons vader zegt ‘denkt daar goed over na
Ge moet ni bang zijn
Eender wa wij zien u graag’
Ik moet dringend ergens nen berg gaan beklimmen
Of aan een stuk of twintig losse relaties beginnen
Want anders kruip ik in mijn kist
Met het jammerlijk gevoel
Dat ik iets heb gemist
In de fleur van mijn leven…
En misschien is uwen droom
Uwen droom toch ni.
Ge had het maar gedroomd
Ge had het maar gedroomd
Ge staat daar op de top van de Mount Everest
En het uitzicht is wel schoon
Op z’n minst toch ongewoon
Maar ge hebt geen gevoel meer in uw tenen
En ge staat daar bovenal
Op uwen alleenen

Aldus de tekst op het spandoek aan de gevel. Bij navraag bleek het niet aan de taalvaardigheid van de maker te liggen. Het was om de overbuurman te plagen.
Die is leraar Nederlands.
– Co Van Zundert


Uit: De Morgen, 31/12/2021 door Katrin Swartenbroux
Ik bestel een latte met havermelk en krimp in elkaar wanneer er
een “mevrouw” volgt op de “komt eraan” – alsof iemand mijn naam verkeerd heeft geschreven. Het is niet de eerste keer dat ik zo genoemd word, uiteraard niet, maar het went nooit. De aanspreking veronderstelt een bepaalde leeftijd, die ik heb, en een maturiteit, die ik niet heb. (…)
“Mevrouw” is dus niet zozeer beledigend als wel confronterend – hoe de tijd me met een rotvaart passeert terwijl ik alleen maar leeftijden oogst en geen levels unlock. Daardoor voel ik me ironisch genoeg piepjong en stokoud tegelijkertijd, een sentiment dat doorgaans op oogrollen wordt onthaald wanneer ik verzucht dat ik “al” 27, 29, 33 ben. Ik heb nog zoveel jaren voor de boeg, zeggen ze dan, terwijl ik alleen maar kan denken aan dewelke me in een oogwenk zijn gepasseerd.
35. En ik ben er nog steeds niet.
‘Er’, dat is de volwassenheid. Dat magische moment waarop je mag rennen met een schaar in je handen zonder dat iemand roept dat je niet mag rennen met een schaar in je handen. De fase waarop alles in elkaar klikt en je accepteert dat bepaalde dingen – dood, belastingen, systemische ongelijkheid – nu eenmaal bij het leven horen. Een recht stuk in je levenswandel waarop je niet meer over je schouder kijkt voor bevestiging, maar zélf een lichtend baken wordt. (…)
“Die aanpassingsbereidheid betekent dat je nooit volwassen zult zijn. Je blijft zoekende, tastende. Dat is niet noodzakelijk erg, maar het
probleem is dat er geen moment meer bestaat waarop je ‘aankomt’ in het leven, dat kan heel vermoeiend zijn”, stelde professor sociologie Walter Weyns (Universiteit Antwerpen) vijf jaar geleden in De Standaard. (…)
Vandaag lijkt het alsof we ons in een videogame bevinden waarbij we aan de lopende band paddenstoelen eten maar er nooit eentje vinden die ons doet groeien. Het is een constant streven dat gekenmerkt wordt door de tenenkrullende term ‘adulting’. Een staat van zijn is een werkwoord geworden, een to-dolijst met alles wat vroeger indrukwekkend, ingewikkeld of illegaal leek en voorbehouden was voor “later, als je groot bent”. Enveloppen met zo’n doorschijnend adreskader openen. Alcohol drinken. Ja zeggen wanneer ze vragen of je een btw-bonnetje wil. Vrijwillig vitamines slikken, de telefoon opnemen, naar de slaapkamer wandelen met een volle wasmand op je heup. Het zijn volwassen handelingen die de meesten van ons heus wel onder de knie hebben, maar omdat ze ons niet doen evolueren naar de traditionele stadia van volwassenheid (die heel wat van ons niet eens willen) voelen we ons nooit volwassen, waardoor volwassenheid an sich een zoveelste ding lijkt dat we niet kunnen bereiken (…)
Of om het met de woorden van mensenrechtenactiviste Susan B. Anthony te schrijven: “Sooner or later we all discover that the important moments in life are not the advertised ones, not the birthdays, the graduations, the weddings, not the great goals achieved. The real milestones are less prepossessing. They come to the door of memory unannounced, stray dogs that amble in, sniff around a bit and simply never leave. Our lives are measured by these.”
De optelsom van je prestaties mag dan wel niet altijd ‘volwassenheid’ zijn, het antwoord is wel steeds: vier.
Vier je verwezenlijkingen.

‘Wie in de balzaal aan de kant staat danst met alle dansers. Hij ziet alles en omdat hij alles ziet, beleeft hij alles. Daar alles uiteindelijk een gewaarwording van ons is, is het contact met een lichaam net zo veel waard als het zien ervan of zelfs de eenvoudige herinnering eraan. Ik dans dus als ik zie dansen. Zoals de Engelse dichter die vertelt hoe hij, liggend in het gras, uit de verte naar drie hooiers keek, zeg ik: “Er is nog een vierde man aan het hooien en dat ben ik.”
– Fernando Pessoa, uit: ‘Het boek der rusteloosheid’

Ergens kijkt iemand
naar de zon
en bevriest.

Ik was bezoek dat langer bleef en anders sprak,
maar ik misstond niet in de kamer. Een beetje
als een schemerlamp die op den duur de sleutel kreeg.
ik deed niet ongezellig, en in mijn buurt was het
aan tafel minder leeg. Maar nog liet niemand na
mij af en toe te wijzen op mijn tong, mijn grond.
Dan noemden ze mij onverwacht weer anderman
en zonden mij naar huis, terwijl ik juist begon
te wennen aan de lucht en onderhand ook dacht
dat ik een hart veroverd had. Maar niets was
minder waar dan dat. Op tijd en stond werd
naar mijn stoel gekeken, gepolst of ik al wortel
schoot. Ik hield mijn mond en vond het krassen
van de meeuwen geen goed teken. Hoe kwam
het dat ik binnen zat en tegelijk nog buiten stond.
– Bart Moeyaert

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.
Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.
– Herman de Coninck